Home Raamafspraken planning rijdend personeel 2007
Bij de planning van de inzet van rijdend personeel op reizigerstreinen moeten tal van randvoorwaarden en uitgangspunten worden meegenomen. Deze randvoorwaarden en uitgangspunten worden door NSR Logistiek jaarlijks vertaald in raamafspraken. In onderstaande punten zijn de afspraken ingepast die door NSR Directie en Ondernemingsraad van NS Reizigers op 13 juni 2006 zijn vastgesteld.
Het gaat om:
- Er wordt een voorontwerp gemaakt voor de nieuwe jaardienst 2007 met het computersysteem Turni. Met het systeem Crews wordt het voorontwerp omgevormd tot definitieve werklijnen per standplaats. Het model Turni helpt bij het vinden van een optimaal voorontwerp. Crews is een hulpmiddel voor planners bij het vastleggen van handmatige correcties en aanpassingen op het voorontwerp.
Er wordt gewerkt met de volgende mijlpalen:
* 3 juli 2006: terugmelding voorlopige resultaten aan Operationeel Overleg en OR
* 23-27 juli 2006: bespreking stand van de planning in Productieteams en met OR
* 1 september 2006: stand van de planning werklijnen exclusief “plakken en knippen”
* 29 september 2006: voltooiing planning werklijnen(exclusief “plakken en knippen”
* 2 oktober 2006: start aanvragen en behandeling “plakken en knippen”
* 13 oktober 2006: voltooiing definitieve werklijnen(inclusief “plakken en knippen”
* 13 oktober2006: start roosteren en uithangen roosters (8 weken)
* 10 december 2006: start nieuwe dienstregeling 2007
- Het productiemodel “Lusten en lasten”, CAR, CAO en normtijden zijn onverkort uitgangspunt. Aspecten van dit uitgangspunt zijn dat herhalingen binnen diensten (in een mate die de randvoorwaarden en normen van Lusten & lasten doet verslechteren) ook niet op verzoek van netwerk management worden ingepland, dat geen standplaatsen worden samengevoegd, dat ICOON en TWO niet in werklijnen worden ingepland en dat er geen bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld aflossen van personeel op doorgaande treinen) vooraf gelden. Kleine standplaatsen zullen voor de inzet van machinisten en conducteurs een “verslaapreserve” toegewezen krijgen. Deze “afwijking” heeft zich in de praktijk als zeer nuttig bewezen. Voor grotere standplaatsen is zo´n reserve niet nodig omdat buiten de personele planning al reserve personeel beschikbaar is.
- Op punt 2 geldt per ingang dienstregeling 2007 een belangrijke uitzondering. De inzetnorm op VIRM dubbeldekstreinen (VIRM-6) wordt verlaagd naar één hoofdconducteur per 6 rijtuigen.
- De aanvullende opdracht uit voorgaande jaren om zoveel mogelijk (>50%) treinteam diensten te maken, wordt voor 2007 losgelaten. Dit verbetert de efficiënte inzet (van hoofdconducteurs), maar werkt negatief voor bijsturing bij verstoringen in de uitvoering én voor de onderlinge band tussen personeel.
- Anders dan in voorgaande jaren wordt in de planning wel rekening gehouden met onbalansen / overs en tekorten per standplaats. De planning probeert onbalansen tussen bezetting en behoefte zoveel mogelijk te elimineren door te ‘schuiven met werk’.
- Voor aan NS gegunde concessies buiten het hoofdrailnet gelden uitzonderingen op punten 2. tot en met 5. De treinseries 9500 (Gouda – Alphen), 17800 (Zutphen – Apeldoorn), 7100 (Dordrecht-Geldermalsen) worden volgens afspraken met aparte normen (en niet door Logistiek met Turni en Crews) gepland. De werklijnen die de planning hier oplevert zullen ook niet worden meegenomen in de variatiestatistieken (van Lusten & lasten) per standplaats. Treinseries waar NS niet langer rijdt omdat de concessie voor die series aan andere vervoerders is gegund, worden vanzelfsprekend buiten beschouwing gelaten.
- De voor- en natijden die in 2006 zijn verlaagd naar totaal 15 minuten, wordt ook voor 2007 uitgangspunt. De overstap norm van treinserie op treinserie, die in 2005 is gesteld op 20 minuten blijft in 2007 ongewijzigd.
- Aanpassingen van de weg- en materieelbekendheid blijft een normale activiteit om de inzet van rijdend personeel te kunnen laten aansluiten op de uitkomst van de planning volgens de aangepaste raamafspraken. De vele wijzigingen in dienstregeling 2007 maken dat aan aanpassingen niet te ontkomen zal zijn.
Indien uit de planning en lijnvoering blijkt dat nieuwe schaftlocaties of voorzieningen voor beschermd overstaan wenselijk zijn, kunnen deze in overleg met de betreffende productiemanager door NSR Logistiek bij de netwerken worden aangevraagd.
Trajecten die bij standplaatsen terecht komen in diensten maar minder dan 5% van het totale aantal dienstdagen van de standplaats uitmaken (“snippers”) worden aan andere standplaatsen toebedeeld uit het oogpunt van veiligheid en efficiëntie bij het op peil houden van wegbekendheid. De vertaling hiervan is dat aan standplaatsen met een grootte van 20 dienstdagen of minder voor een weekdag “één snipper” toebedeeld kan worden. Voor standplaatsen met een grootte van 20 dienstdagen of meer per weekdag geldt dat deze minimaal 2 diensten of meer moeten hebben met een “snipper”.
- De lijst van 1000 agressie treinen uit 2006 wordt door – op specificatie van de netwerken – door NSR Logistiek gebruikt om te komen tot een beginplanning. De mogelijkheid bestaat om in de fase van plakken en knippen (zie punt 11) én in wijzigingsbladen gedurende 2007 tot aanpassingen te komen
- Aan de netwerken wordt de mogelijkheid geboden via plakken en knippen tot aanpassingen van werkpakketten te komen. Er is in het werkplan apart tijd voor deze activiteit ingeruimd. In deze fase kunnen de productiegebieden ook – als daarvoor personele capaciteit beschikbaar is - aanvullende wensen in de planning laten verwerken. Denkbaar is bijvoorbeeld aanpassing/uitbreiding REG en versterken VIRM als de bezetting daarvoor nog de mogelijkheden biedt. De voorwaarde is wel dat het productiemodel Lusten & lasten intact moet blijven.
Utrecht, 15 juni 2006